DSC_2739Op de peuterzaal is iedereen een kunstenaar en een uitvinder. Niemand vraagt zich op die leeftijd af, of een tekening wel mooi is en of het gebouwde blokkenhuis een kopie van de werkelijkheid is. Mensen met tien armen, huizen ondersteboven, bomen met appels zo groot als voetballen… allemaal geweldig!
Dan gaat het kind naar de basisschool en moet het ineens allemaal serieus, verantwoord en overeenkomstig de wensen van de maatschappij. Een tekening, een opstel of een rekensom is niet meer vrijblijvend. Spel en plezier worden ondergeschikt aan taak en prestatie. Een tekening is niet meer alleen mooi of l
elijk, maar vooral een acht of een vier.

Was een hek ooit gewoon een ding om onderdoor te kruipen met hooi eraan waarbij je moest oppassen dat je trui er niet aan bleef hangen en waarbij je vervolgens ook nog op moest letten dat de stier er niet aan kwam, nu is het gevangen in abstracte tekens: h-e-k. Beelden maken plaats voor letters, gevoelens maken plaats voor theorieën en het kind schuift langzaam van de rechter naar de linker hersenhelft. Intuïtie en emotie maken plaats voor berekening en redenering. Rondom het negende levensjaar stopt dit proces. Kinderen die dan niet de overstap naar het taaldenken hebben gemaakt zijn de beelddenkers. Men spreekt van een beelddenker als je een sterke voorkeur hebt voor het denken in beelden. Het begripsdenken gaat (zeer) moeizaam. Beelddenkers zijn vaak volhoudend, hebben een goed inzicht en  zijn zelflerend. Eigenschappen die gestimuleerd worden door hun manier van denken. Daardoor moeten ze het vaak ‘zelf uitzoeken’.

 

DSC_4783Beelddenkers hebben meestal een holistische cognitieve stijl, d.w.z. ze zijn goed in het bepalen van de grote lijnen, het ontdekken van de rode lijn, het geven van persoonlijk getinte totaalbeschrijvingen van problemen. Beelddenkers zijn goed in het verwerken van simultaan aangeboden informatie; ze letten op overeenkomsten en zien snel verbanden.

 

De beelddenker aan het woord.

Beelddenkers kunnen heel intelligent en begaafd zijn. Zij kunnen ook een aanleg voor talen hebben of voor wiskunde of techniek. Zij moeten iets eerst begrijpen voor het kan worden geautomatiseerd. Dit is iets direct doen zonder dat je er nog over moet nadenken. Het automatiseren kan traag gaan. Ze hebben de neiging om aan één gekozen manier vast te houden. Die is vaak concreet, d.w.z. werkelijk bestaand, b.v. rekenen op vingers i.p.v. uit het hoofd en omslachtig. Deze oplossing kan werken in groep 3, maar als je in groep 5 zit, krijg je hier problemen mee. Voor goed automatiseren moeten meer strategieën beschikbaar zijn. Bij spelling kan hij een b op vele manieren schrijven, “b” of “d”of “p” of zelfs als een “q”.Je kunt hem immers van alle kanten bekijken!